In een land dat bekend staat om haar poldermodel, zou je verwachten dat er veel met elkaar wordt overlegd, dat er goed wordt geluisterd en dat mensen zich gehoord voelen. Maar als mensen steeds vaker gaan demonstreren, mensen zich niet meer verbonden voelen en het vertrouwen in de politiek historisch laag is, dan gaat er iets mis met dat polderen. In plaats van dat mensen naar elkaar toe groeien, groeien we steeds verder uit elkaar en ontstaat er een kloof tussen burger en politiek.
Ook tussen burgers met verschillende politieke voorkeuren ontstaat er een steeds grotere kloof, we denken steeds negatiever over elkaar, de affectieve polarisatie neemt toe. Dit wordt versterkt als er naast het verschil in politieke voorkeur ook verschillen zijn in leeftijd, opleidingsniveau en mediaconsumptie. Kortom, als we in een andere sociale bubbel zitten.
Als we weer naar elkaar toe willen groeien, moet die bubbel doorgeprikt worden, we moeten vaker met elkaar in gesprek. Zo ontdekken we dat we wellicht meer overeenkomsten hebben dan we van tevoren dachten en verbreden we onze kijk op de wereld.
Ook in de politiek is het belangrijk om meer met elkaar in gesprek te gaan om zo betere besluiten te nemen, maar is het ook belangrijk om met de inwoners in gesprek te gaan om het vertrouwen in de politiek te verhogen, met als uiteindelijke doel om de kloof tussen politiek en burger te verkleinen. Zoals ik al eerder in het voorwoord vermeldde, wil ik mij in deze scriptie focussen op de gemeenteraad. De vraag die ik dan ook in mijn scriptie probeer te beantwoorden is: hoe kan de kloof tussen burger en gemeenteraad verkleind worden door middel van gesprek?